Manu Baeyens
Press

2011

Will Lutz
maart 2011 Delft

Het werk van Manu Baeyens is te vergelijken met de opkomst van een clown in de piste van een circus.
De in heldere kleuren geschilderde en samengestelde werken hebben een vrolijke uitstraling,
maar bij nader inzien is die uitgelatenheid bedriegelijk en is er meer aan de hand.
Baeyens schildert, tekent en maakt ruimtelijk werk. Op zijn schilderijen figureren wonderlijke mannetjes en dieren,
worden voluit portrettten van exotische of sprookjesachtige personen afgebeeld en wordt het ruimtelijk werk opgebouwd met gebruikt materiaal dat hij overal om zich heen in huis of op straat aantreft. Wat er precies met de hoofdrolspelers in het werk aan de hand is blijft raadselachtig, maar het spel wordt gespeeld en ieder op zich verzekert zich van een plekje in de samenleving. Opmerkelijk zijn ook de bijbehorende titels waarin hij speelt met de taal en daarmee de richting van de beschouwer bepaalt.


2010

 Nr 10 oktober 2010 pagina 21 Daphne Pappers




2009







2009

 



2008



La Libre Belgique = Roger-Pierre Turine 2008

2008

Bonte discobal-periode van Manu Baeyens

door Mark van de Voort. vrijdag 10 oktober 2008 | Brabants dagblad | 


 

'Que cadera atrás', paneel van Manu Baeyens, onderdeel van de expositie die te zien is bij Galerie Jan van Hoof in Den Bosch.

'Het mooiste is gewoon je eigen brood kneden, dan zit alles erin. Dat is de basis van mijn kunstenaarschap. Een werk moet knallen! Moet je bij de ballen grijpen!' Welkom in het grillige fantasierijk van de Belgische kunstenaar Manu Baeyens.

 

Een kunstenaar die met een sneltreinvaart de kunstwereld van de Lage Landen aan het veroveren is. Absurdistische kunst waarin dieren en eenzame lieden in de meest vervreemdende situaties verstrikt raken. 

Ontwapenend werk ook, dat je met een open, jonge geest tegemoet moet treden, en dan ontwaar je ineens de mooiste kunstschatten. 

De Bossche Jan van Hoof Galerie heeft Baeyens al in een vroeg stadium opgepikt. 

Zo'n vier jaar geleden toonden ze al werk van zijn hand. Tekeningen en schilderingen in zwart-, wit- en grijstinten die een claustrofobische, hermetisch afgesloten privédomein herbergden. 

Een aantal jaren verder heeft kleur volop zijn intrede gedaan in het werk van Baeyens. 'Mijn discobal-periode' noemt de kunstenaar het met veel gevoel voor humor. Van levensenergie druipende doeken, aquarellen en unieke textielsculpturen waar je inderdaad buitengewoon vrolijk van word. Bij de rondgang door de galerie raak je lichtjes euforisch door zoveel heerlijke zotternij en levensvreugde. Baeyens vindt het geen probleem dat zijn kunst zo nu en dan onbekommerd 'over the top' is. Toppunt is de koddige oranje pop die Baeyens heeft geposteerd in het voorste deel van de galerie. Een mollige, vertederende duvel op rolletjes, die Baeyens met veel liefde heeft vormgegeven. Andere sculpturen verwijzen naar vogels, compleet vleugellam of aan het spit. Beelden die zo uit zijn panelen lijken gestapt te zijn. Want daarin graaft Baeyens nog dieper. De wereld als absurde poppenkast, een onontkoombaar theater waar je maar het beste aan kunt overgeven. Maar wel met een glimlach op het gezicht. Baeyens' panelen kun je zien als objecttheater: razend complexe decors waarin hij meerdere lagen hout, textiel en verf verwerkt. Ook objecten als achteruitkijkspiegeltjes of plastic speelgoed zie je terug. Samen met het vaak ongegeneerde kleurgebruik zou dit alles kunnen ontaarden in totale chaos, maar Baeyens weet zijn werk een sterke, innerlijke logica mee te geven. Het levert dwingende, hallucinerende beelden op als de Jan Klaassen-achtige figuur die optreedt in zijn eigen poppenkast ('Que cadera atrás' zie foto) of het verontrustende natuurlandschap van 'It's your mouth that talks with love and passion'. Of gewoonweg knotsgekke creatieve uitwassen als 'Het gekraakte vogelhuisje' of de kikkerregen in 'A life concert in a Coconut flavor river with dancing frogs'. 

Onwillekeurig denk je bij dit feest van expressie aan kunstenaars als Leon Adriaans, Erik van Lieshout of Lucebert. Kunst waarin volop ruimte is voor rauwe emoties, absurde gedachtesprongetjes en een ongeremde, toegankelijke beeldtaal. 

Dergelijke geestverwanten kent Baeyens ook uit zijn directe omgeving. Tegelijkertijd met zijn solo-expositie, toont hij werk van enkele van deze 'soulmates'. Baeyens' poëtische soberheid is onder meer terug te zien in Jasper Krabbé's (inderdaad, zoon van Jeroen Krabbé) verstilde, pastorale taferelen. Elza Jo's fotowerken en Maurice Braspennings schoolbordpanelen zijn dan weer vervuld met het raadsel van het leven, vol absurde inkijkjes en speelse invallen. Manu Baeyens kent zijn pappenheimers en het maakt zijn hele expositie tot één groot kijkfeest. 

Manu Baeyens, recent werk + 'Manu's Soulmates', t/m 2 november, Jan van Hoof Galerie, Vughterweg 58-60 Den Bosch, do t/m zo 14-18 uur; bij de expositie is de publicatie 'La Encyclopédie du Manu B.' verschenen.


2008

Manu Baeyens (Gent, 1972) is een uitermate expressief kunstenaar. De energie spat van al zijn werk af, of het nu schilderijen op papier, panelen of doek zijn of sculpturen. Zijn affiniteit met Afrikaanse en andere primitieve kunst verrijkt zijn taal. De wijze waarop hij verschillende materialen verwerkt in zijn schilderijen, die dan ook wel collages genoemd zouden kunnen worden, levert een zeer eigen, herkenbaar beeld op. Veelal figureren er kleurrijke dieren en mensen in zijn schilderijen, maar ook planten, auto’s, afbeeldingen uit oude boeken met de meest uiteenlopende onderwerpen. Er duiken sponzen op, stukken plastic, houtsplinters: alles heeft zijn eigen, logische en onmisbare plaats in het geheel.

De lange, poëtische titels zijn een belangrijk onderdeel van het werk, van het verhaal dat Baeyens vertelt: de sfeer van de schilderijen wordt erdoor versterkt.

Zijn sculpturen zijn doorgaans dierlijke vormen met een aanwezigheid die ontroert. Het zijn zachte schepsels, met een aaibaar maar stevig karakter. De liefdevolle manier waarop ze zijn opgebouwd uit eindeloos veel verschillende materialen en voorwerpen is zichtbaar in de vergaande detaillering van de toch bepaald niet kleine werken.

Maartje Berendsen.


2007
Manu Baeyens

Zou je kunnen zeggen dat Manu Baeyens (Gent, 1972) een laatbloeier is? Meer dan tien jaar heeft hij louter gebruik gemaakt van de kleuren zwart, wit en grijs, een periode waarin zijn werk werd bevolkt door vreemde creaturen die in een hermetische wereld leken te leven. Niet voor niets is dit vroegere werk meerdere malen vergeleken met dat van Baeyens' landgenoten Patrick van Caeckenbergh en Thierry de Cordier. De ‘wereld’ van Baeyens bestaat nog steeds, evenals de wezens die haar bevolken. Die doen nog steeds hun eigen, vanzelfsprekende ding.

 

Baeyens verhuisde van België naar Nederland en daar vond hij de sleutel tot zijn doos van Pandora. In de doos bleek het gebruik van kleur te zitten. Zijn werk is op het eerste gezicht nog steeds mysterieus, maar is toegankelijker geworden. Dieren en mensen bevolkten zijn wereld altijd al, maar ze lijken zich ontpopt te hebben van cocons tot vlinders en hebben een ongekend bevruchtingsproces in gang gezet. Manu Baeyens is productiever dan ooit en het plezier waarmee hij zijn werk maakt, is duidelijk in zijn werk terug te vinden. Steeds meer uithoeken van Baeyens’ wereld worden in kaart gebracht op zijn eigen, expressieve wijze.


Wat verder opvalt, is de grote verscheidenheid aan materialen die hij in zijn universum toepast. Van sec tekeningen of schilderijen is bijkans nooit sprake. Baeyens heeft een voorliefde om te werken met doorleefde materialen. Oude schilderijen van hem zelf, pagina’s met teksten, illustraties of foto’s uit oude boeken en vodden worden in een en hetzelfde werk opgenomen. Maar ook deksels van conservenblikken, badmatten, kapstokonderdelen en teddyberen worden door hem gebruikt.
Knippend, scheurend, spijkerend, naaiend en schilderend komen de wezens en sferen tot leven. Een fascinatie voor de primaire vormen van etnografische kunst is in zijn werk merkbaar aanwezig. Zijn werken lijken bezield, als Afrikaanse fetisjen.

Baeyens’ gespitstheid op materiaal overstijgt de huidige collagehype. Zijn werk is niet knippen om het knippen, niet borduren om het borduren, maar maken om de zaken tot leven te wekken. Daarbij zijn alle middelen / media geoorloofd. Als hij vindt dat er transparant plastic over een werk gespannen moet worden, dan brengt hij ook lagen plastic over het werk aan. De doorleefde materialen geven zijn werk iets herkenbaars, iets tastbaars en vormen zo een brug tussen Manu’s wereld en de wereld van de beschouwer.


Jaring Dürst Britt

 

 




HomeNewsCvWorksPublicationsPressLinksContact